ROTTEN. EEN TRADITIE VAN SAMEN WERKEN EN FEESTEN

Ontstaan en evolutie

 

De rotten, hun werking en realisaties, zijn een essentieel element van de Virga Jessefeesten. Ze werden dan ook mee opgenomen onder de Virga Jessefeesten in de Inventaris van Immaterieel Cultureel Erfgoed Vlaanderen. Rotten zijn een soort van straat- of buurtcomités. De terminologie gaat eeuwen terug toen de steden onderverdeeld waren in wijken of rotten. Ieder rot had onder meer taken in functie van de verdediging van de stad of bij de bestrijding van brand. In het recente verleden werd de term nog binnen het Belgische leger gebruikt. Vandaag is de term rot – op een enkele uitzondering na – enkel nog in Hasselt in gebruik.

Het versieren van straten kent een lange traditie. Onder meer bij intreden van vorsten en andere grote manifestaties werden straten gedecoreerd. Ook het uitgaan van een processie zet de bewoners langs de route sinds jaar en dag aan om hun huis of straat te decoreren. In Hasselt is dit niet anders en is dit bij de Virga Jessefeesten de taak van de rotten. Ook de straten in het centrum waar de ommegang niet door trekt worden versierd en in de verdere omgeving versieren vele Hasselaren hun huis of buurt met bloemen, een kapelletje of een vlag. De versierde stad is, zeker wanneer ze ’s avonds feeëriek verlicht is, een reden voor bewoners en bezoekers om te wandelen en elkaar te ontmoeten.

De rottenwerking zorgt er ook voor dat buren elkaar ontmoeten tijdens georganiseerde vergaderingen in het café op de hoek, of tijdens een informeel overleg op de stoep. In het verleden liepen deze vergaderingen wel eens uit de hand. Zo moest het stadsbestuur in 1792 een verbod uitvaardigen om een einde te stellen aan de wanordelijkheden, dronkmanschap en straatschenderij die hun oorsprong vinden in de drinkgelagen, die, bij gelegenheid van de dagelijkse avondvergadering van het rot van de Kapelstraat werden gehouden. Los van deze uitzonderlijke situatie zorgt de rottenwerking dat ieder zevende jaar de sociale cohesie in de binnenstad wordt versterkt. De rottenwerking overstijgt dan ook alle politieke en ideologische standpunten. Sommige rotten hebben eigen tradities en rituelen (gehad). De ludieke concurrentie tussen de rotten en de bijhorende geheimhouding over de geplande versiering is er een van.

 

Traditionele elementen

 

Het bijzondere aan de versieringen in Hasselt is dat ze ook uit taferelen bestaat. In deze taferelen werden bijvoorbeeld de titels van Maria, Bijbelse verhalen en de aan de Virga Jesse toegeschreven mirakels uitgebeeld. Vroeger werden op verschillende plaatsen altaren opgericht, deze hadden hun functie binnen de processies: van op deze rustaltaren werd de zegen met het Hl. Sacrament gegeven. Op andere plaatsen bestond de versiering uit arken of praalbogen. Deze komen echter nog zeer zelden voor. Oudere inwoners van de stad herinneren zich nog steeds het veelvuldig gebruik van dennenbomen. Een ander verdwenen gegeven is het gebruik van chronogrammen of jaarschriften. Het thema en de vorm van de versiering is geen vaststaand gegeven. Rotten hebben altijd al hun versiering aan de technische mogelijkheden en smaak van de tijd, alsook aan de actualiteit aangepast (bvb. Onze-Lieve-Vrouw van de Koolmijnen). Toch zijn er enkele taferelen die steeds weerkeren en zelfs vaak in hetzelfde rot. Zo werkt het rot van de Windmolenstraat sinds 1926 rond het thema Stella Maris en vinden we sinds datzelfde jaar in de Dokter Willemsstraat een uitbeelding van Onze-Lieve-Vrouw die het Scapulier aan Simon Stock overhandigt. Twee thema’s binnen de straatversieringen lichten we concreter toe: de mirakels en de uitbeelding van Hendrik, de eerste inwoner van Hasselt.

 

Mirakels

 

Aan de Virga Jesse worden verschillende reeksen van mirakels toegeschreven. Enkele mirakels zijn tot het collectieve geheugen van de Hasselaren gaan behoren en worden naar aloude gewoonte tijdens de Virga Jessefeesten uitgebeeld in een tafereel, of zelfs ten tonele gebracht.

 

De dolende man

Verhaal: Een man was op bedevaart gegaan naar Rutsemedouwe (Rocamadour in Frankrijk). Bij nacht en ontij verloor hij in een uitgestrekte woud de weg. Hoe hij ook zocht, hij geraakte niet opnieuw op de goede weg. Het was alsof hij in een kring rondliep. Telkens kwam hij op dezelfde plaats uit. In uiterste nood riep hij uit: Virga Jesse, red mij. Het was alsof Maria hem bij de hand nam en probleemloos uit de bossen en moerassen waarin hij zo hopeloos had rondgedoold, naar Rutsemedouwe leidde.

 

Gekende realisaties in versieringen door rotten:

1714 Demerstraat / Kempische Poort

1731 Maastrichterstraat

1877 – 1884 Meldertstraat

1891 Walputstraat en Grote Capucienenstraat

1898 Meldertstraat

1905 Havermarkt

1912 Meldertstraat en Windmolenstraat

1919 Windmolenstraat

1926 Luikerpoort

1933 Havermarkt

1947 Badderijstraat

1954 – 2010 Lombaardstraat

1982 tevens een actualisering in Willekensmolenwijk

1996 tevens het thema van de versiering op de ringlanen en leidmotief van de ommegang)

Sinds 1982 wordt het mirakel van de dolende man in het rot Luikersteenweg ook opgevoerd in de vorm van een wagenspel. Men kan hier gratis naar komen kijken, al verwacht men dat er een kaarsje in een papieren lampion wordt gekocht, of in 2010 een Dolende Man-biertje wordt gesmaakt. Een sfeervolle en innemende avondactiviteit die door vele Hasselaren en bezoekers reeds als een traditie wordt gezien. De dolende man is tevens een thematiek die reeds meermaals haar weg gevonden heeft in de inhoud van de ommegang.

In de Virga Jessebasiliek is het mirakel onder  meer terug te vinden op het wandtapijt van Simone Reynders.

 

 

Het kindje van de Morin

Verhaal: Een ‘morin’ en haar kind logeerden in de herberg In Kermpt in de Kapelstraat te Hasselt. Het kind ontsnapte even aan de aandacht van de moeder, het wilde zien wat er op straat gaande was en leunde iets te ver uit het venster, zodat het zijn evenwicht verloor en zwaar op de straat plofte. Het lag er als voor dood. De moeder en enkele omstanders droegen het kind onmiddellijk naar de Onze-Lieve-Vrouwekapel op enkele stappen van de herberg. Zij legden het kind aan de voeten van het beeld van Maria en baden dat op haar voorspraak het kind aan de ongelukkige moeder zou teruggeschonken worden. Hun gebed werd verhoord: het kind was plotseling volledig genezen.

 

Gekende realisaties in versieringen door rotten:

Kapelstraat 1714, 1731, 1863, 1877 – 1898, 1926 – 2010

Naar aloude gewoonte wordt dit tafereel uitgebeeld op de gevel van het huis waaruit het kindje viel. De legende wil dat de moeder een gouden kleedje aan de Virga Jesse schonk. Dit kleedje voor het kind Jezus kan men bezichtigen in de vaste opstelling van het stedelijk museum Het Stadsmus. In de Virga Jessebasiliek is het mirakel terug te vinden in een glasraam, ontworpen door Paule Nolens, en op het wandtapijt van Simone Reynders.

 

De redding van de schaliedekker

Verhaal: Op 11 september 1630 was schaliedekker Frans Depré aan het werk op het dak van het huis De Maan op de Grote Markt te Hasselt. Hij wilde ook hoger gelegen leien op hun plaats schikken en steunde daarbij met slechts één voet op de hoogste sport van de ladder, die hij niet had vastgemaakt. Hij verloor het evenwicht en begon te schuiven en in zijn val stootte hij de ladder om. Hij riep: Virga Jesse, red mij. Het was alsof zijn val bruusk afgeremd werd, zodat hij zich nog juist aan de dakgoot kon vastklampen. Zijn verschrikte knechten staken hem de ladder toe zodat hij zich verder zelf kon redden.

 

Gekende realisaties in versieringen door rotten:

1714 Grote Markt

1731 Grote Markt

1898 Badderijstraat

1912 Badderijstraat

1947 Vismarkt/Schorsmarkt

1954 – 2010 Grote Markt

 

Tot voor kort hing in het stadhuis een contemporain schilderij waarop het mirakel is afgebeeld. Vandaag is het werk voor een breed publiek toegankelijk in Het Stadsmus. In de Virga Jessebasiliek is het mirakel terug te vinden op het wandtapijt van Simone Reynders en het glasraam van Armand Van Rompaey.

 

De dief op het hek

Verhaal: Devote Hasselaren en pelgrims hadden het miraculeuze beeld van Onze-Lieve-Vrouw Virga Jesse rijkelijk begiftigd met gouden en zilveren sieraden en kronen, met kostbare edelstenen, met paternosters in edelmetaal, met kanten jurkjes… Allemaal zo waardevol dat een dief ze op 16 augustus 1659, ’s nachts, wilde stelen. Hij had een zak volgepropt met de mooiste rijkdommen en was reeds weer over het hek tussen koor en dwarsbeuk aan het klimmen, toen hij verbijsterd vaststelde dat hij als vastgeklonken zat aan het hek. Wat hij ook probeerde, hij geraakte niet los. Toen de rechtsbedienaars hem kwamen aanhouden, hadden zij geen enkele moeite om hem van het hek te lichten. De dief, die heiligschennis had gepleegd, werd ter dood veroordeeld en opgehangen.

 

Gekende realisaties in versieringen door rotten:

1714 Kapelstraat

1731 Kapelstraat

1884 Maastrichterpoort

1912 Maastrichterpoort

1919 Dokter Willemsstraat

1933-2010 Aldestraat

Er bestond een traditie om bij het afsluiten van de feestperiode de dief van het hek te halen en door de straten van de stad te voeren, om hem vervolgens voor zeven jaar in een kelder op te sluiten. Dit mirakel werd net als de andere mirakels op doek gezet. Een schilderij van dit mirakel is opgenomen in de vaste opstelling van Het Stadsmus.

 

Ook andere mirakels die worden toegeschreven aan de Virga Jesse hebben de rotten in hun versieringen opgenomen. De vermelde gegevens zijn verre van volledig.

 

Hendrik en Jan

 

Gerard Verbeek schreef over deze versiering: “Volgens de legende is Hasselt ontstaan in het Dorp, het rot van de Dorpsstraat, het Hendrik Van Veldekeplein, de Reddelberg, en de Minderbroedersstraat. Volgens dezelfde legende zijn Hendrik, zijn vrouw Katrien en het wicht, hun kind, de oudste inwoners van Hasselt. De bewoners van het Dorp zijn in de periode van de zevenjaarlijkse feesten hun voorouders altijd trouw gebleven. Zij hebben zeker al van 1849 onveranderlijk – en onverbeterlijk – hun straatversiering door de legende van het ontstaan van Hasselt en van de vroegste bewoners laten inspireren. Die uiting van verbondenheid met hun (weliswaar niet juiste) oorsprong is ook al vanaf dat jaar heel sterk gewaardeerd door de Hasselaren en zeker door de leden van de rederijkerskamer De Roode Roos.

Zij betrekken Hendrik en zijn mannen van het Dorp altijd bij hun tocht met de Langeman naar de erwtensoepuitdeling op de maandag na de eerste ommegang. Toen de Langeman in 1870 om zuiver technische redenen, want bouwvallig, zijn standplaats niet kon verlaten, mocht het rot van het Dorp zelfs een voorzitter voor de plechtigheid aanduiden en het koos daarvoor een eigen reus, een reus die met het verkleinwoord Pierke Grauls evenwel maar een kortstondig bestaan zou leiden. Het volksversje “Hendrik het sop gekeuk zeven joar van iene kneuk” is ook het oudste constante volksvers in de straatversieringen. Een van de vele positieve aspecten van de zo eigen Hasseltse werkwijze met rotten voor de straatversiering is de gezonde wedijver tussen de verschillende rotten. Zo werd – maar niet zo onverwacht als wel eens gezegd wordt – in 1919, tijdens de eerste zevenjaarlijkse feesten na de Eerste Wereldoorlog, in de Isabellastraat Jan als tweede oudste inwoner van Hasselt in de straatversiering opgenomen. Hij was vermoedelijk vrijgezel, want hij zat er in zijn blauwe kiel alleen in zijn bescheiden huisje, vrouw en kinderen waren nergens te bespeuren. De voorstelling was een echt anachronisme, want de man kon zich laven aan de ouwe klare in het stoopje binnen handbereik. De productie van Hasseltse brandewijn is echter niet ouder dan het einde van de 16de eeuw, zodat de uitbeelding toch minimaal vier eeuwen vestimentaire en culinaire evolutie zonder meer overbrugde. Jan heeft echter nooit zo een sterke weerklank gekregen als Hendrik en zijn familie. De bonensoep die hij schenkt, gelijktijdig met de erwtensoepbedeling, heeft daar niets aan kunnen veranderen. Jammer maar helaas … Het is nog erger gesteld met Jan, want hij is niet alleen een anachronisme, hij is niet meer dan een kleine eeuw oud en hij lijkt ons ook helemaal niet origineel. De Onafhankelijke van de Provincie Limburg meldde op 24 augustus 1905 dat Jan de hovenier van de paters ook eene noodzakelijke verbeelding is geworden in de Isabellastraat. Ik vind hem evenwel niet meer in 1912, waaruit ik meen te mogen besluiten dat de tweede oudste inwoner van Hasselt gewoon geïnspireerd is door de Jan die wel degelijk hovenier van de paters minderbroeders geweest is toen die in 1899 van het kapelhuis in de Kapelstraat naar hun vroeger klooster in de Minderbroedersstraat verhuisden. Dat neemt evenwel niet weg dat de wedijver tussen de rotten in de buurt van het minderbroedersklooster tot een analoge en toch eigen, zeer waardevolle straatversiering heeft geleid.”

 

Feest van de overschot

 

De straatversieringen kosten veel geld en rotten hebben altijd al getracht na afloop van de Virga Jessefeesten de stukken die niet tot een volgende editie worden bewaard te verkopen. Met de opbrengst van deze verkoop werd een afsluitend feest georganiseerd, het feest van de overschot of zoals men in Hasselt zegt: ’t fies van den eeverscheut. Deze traditie leeft op twee manieren nog verder. Het Koninklijk Feestcomité der Stad Hasselt heeft in 2003 de idee van ’t fies van den eeverscheut terug opgenomen in de vorm van een grote barbecue voor alle Hasselaren. Dit evenement werd enkele jaren herhaald als een feest om de zomer af te sluiten, waardoor slechts de naam nog valselijk verwees naar de Virga Jessefeesten. Daarnaast komen heel wat rotten ook na de feesten nog een keer samen om terug te blikken, noeste werkers te bedanken en te dromen van de volgende editie. De essentie van de traditie wordt bijgevolg nog door heel wat personen beleefd, zij het dan niet meer onder de traditionele naam.

 

Rot Botermarkt A° 1912

In de collectie van het Virga Jessecomité bevindt zich een schriftje waarin het rot van de Botermarkt zijn kasboek van de feesten van 1912 bijhield. Bij gebrek aan vergaderverslagen of dagboeken geven deze cijfers ons een inzicht in de werking van een rot. Wat betreft de inkomsten kan worden vastgesteld dat vanaf 21 mei 1911 er wekelijks op zondag een omhaling gebeurde. Tot en met de laatste zondag voor de feesten werden 69 omhalingen geboekt. Met de intresten en enkele losse schenkingen erbij, had het rot 1188,61 fr. ter beschikking. De overige inkomsten kwamen voort uit de verkoop van de versiering en het stadsbestuur verleende nog een bijdrage van 24 fr.

Als thema voor het tafereel kozen de bewoners voor het verhaal waarin Jozef met Maria en de pasgeboren Jezus rust na hun vlucht voor Herodes’ kindermoord. De Onafhankelijke gidste de bezoekers “langs de Blauwe Hand nu naar de Botermarkt, waar eene eigenaardige Egyptische Woestijn is aangelegd met een reusachtige Sphinx en eene hooge Obelisk vol hieroglyphen; er naast in den zand is eene tent opgeslagen door den H. Joseph bewaakt en waaronder de H. Maagd zit met het Kindje: ’t is de Rust in Egypte, in de woestijn die zelfs de Zuivelmarkt opgaat; de trouwe ezel is vastgetuierd aan een palmboom en krijgt daar zijn ratioen hooi.” Verder decoreerde het rot de straat met onder meer 125 dennenbomen.

Het rot van de Botermarkt spendeerde 920,37 fr. aan materiaal en uurlonen (o.a. van een nachtwaker), een fooi, bier en beperkte administratieve kosten. Het rot bestelde ook nog de Sint-Rochusmis en een mis ter ere van de Virga Jesse als dankzegging. Één belangrijke uitgave diende er nog te gebeuren: het buurtfeest, of ‘t fies van den eeverscheut, zoals het in de volksmond heet. Dit is tot op vandaag de traditionele afsluiter van de werking van een rot. Met een kost hiervoor van 238,03 fr. kon het rot zijn werking afsluiten met een positief resultaat van 27,96 fr.

Het Bijbels geïnspireerde thema van de Jozef, Maria en Jezus die rustten in Egypte werd door het rot niet losgelaten bij de volgende edities, al verschoof het accent naar de heilige familie zelf. Zo bouwde men in 1947 een traditionele woning uit Nazareth na en in 1968 werd – geheel in de tijdsgeest – met krachtige beelden van fotograaf Eric Stockman gewerkt. In 1954 en vanaf 1975 woonden Jozef, Maria en Jezus – al dan niet vergezeld van broertjes, engeltjes en tantes en nonkels – in een hoeve in de sfeer van Bokrijk.

 

 

 

 

 

 

 

Meer lezen over de rotten?

www.hasel.be

Gerard Verbeek, Virga Jesse. Schat van de Hasselaar, Hasselt, 1988.

John Martens,

 

Heb je nog (oude) documenten over de werking van een rot? Het Virga Jessecomité wil ze graag documenteren of bewaren zodat ze niet verloren gaan en beschikbaar zijn voor verder onderzoek.

2017@virgajessefeesten.be