DE VIRGA JESSE

TWIJG AAN DE BOOM VAN JESSE

Heel wat gemeenschappen hebben een eigen naam voor Maria. Tongenaren vereren Maria als “Oorzaak onzer blijdschap”, anderen noemen Maria “Koningin van de Vrede” of “O.L.V.-van-Smarten”.

Hasselaren noemen Maria “Virga Jesse”, en dat al zeker sinds de tweede helft van de 17de eeuw. Het is bekend dat de leden van de broederschap tijdens de ommegang een mariaal processieantifoon zongen, met als aanhef “Virga Jesse floruit”. Dat betekent “De twijg van Jesse heeft gebloeid” en verwijst naar een visioen van de profeet Jesaja.

Jesaja beschrijft hoe God een volledig bos omhakt. Na die ingrijpende daad ontspruit er een jonge twijg aan de stronk van Jesse, de vader van koning David en volgens bijbelse teksten ook de voorvader van Jozef, Jezus’ vader. Dat er nieuw leven komt aan de stronk van Jesse, zien christenen als een aankondiging van de geboorte van Jezus.

Jezus wordt in voorstellingen van de boom van Jesse traditioneel vergezeld van zijn moeder. Zo ook in de Virga Jessebasiliek, in het glasraam van Amand van Rompaey en in het wandtapijt van Simone Reynders.

Uniek

De naam Virga Jesse komt vandaag, voorzover bekend, nergens ter wereld als naam voor een Madonna voor. Enkel in Delft, Nederland, is er een Mariabeeld dat men “Maria van Jesse” noemt, dat ook nog steeds in een ommegang meegedragen wordt. De ommegang van Delft ging enkele eeuwen niet uit en werd in 1929 in ere hersteld. Het beeld is niet het oorspronkelijke beeld.

EEN UNIEK BEELD

Het Virga Jessebeeld dateert uit het begin van de 14de eeuw; uit de tijd dus dat de Hasseltse broederschap van Onze-Lieve-Vrouw werd gesticht. Wie het beeld maakte is niet gekend, maar wellicht komt het uit een lokaal atelier. De beeldhouwer was goed op de hoogte van de Maaslandse gotische stijl – kijk naar de gracieuze heupknik (S-houding) – én van de Luikse beeldhouwkunst – kijk naar de weemoedige gelaatsuitdrukking van Maria.

Het eiken beeld is 100 cm hoog en bestaat uit één stuk. De kleuren (polychromie) zijn symbolisch. Zo verwijst de geel-bruine tuniek van het Jezuskind naar het goddelijke en het aardse. Jezus is zowel God als mens.

De polychromie bleef echter eeuwenlang verborgen onder een laag parrafine. In 1977-78 legden restaurateurs van het Kunstpatrimonium in Brussel de betrekkelijk intacte kleuren uit de 14de eeuw opnieuw bloot.

Wat kregen Hasselaren dan vroeger te zien? Gravures uit de 17de eeuw tonen een andere traditie: tot aan de feesten van 1968 werd het beeld ‘aangekleed’ met modieuze, rijkelijke gewaden. Omdat niet alle delen van het beeld pasten in de kledij, werden uitstekende delen, zoals de knieën en de rechterarm van het Jezuskind, verwijderd.

De kledij van de Virga Jesse speelde eeuwenlang een belangrijke rol in mirakelverhalen en gebruiken. Met Pasen waren Maria en Jezus op hun paasbest, met het gouden kleedje dat volgens de overlevering werd geschonken door de Morin. En toen een dief de juwelen van het beeld wilde stelen, bleef hij op miraculeuze wijze vasthangen aan het hek.
Toen tijdens de winter van 1866-67, na negen dagen bidden tot de Virga Jesse, de veepest uit de stallen van de Hasseltse jeneverstokers geweken leek, vroeg de stad Hasselt aan de Parijse edelsmid Auguste Levesque een gouden kroon te maken voor het beeld. De jeneverstokers zelf bekostigden het kroontje voor het kind. Op 15 augustus 1867 kroonde mgr. de Mérode het beeld op de Grote Markt. Het was het tweede Belgische Mariabeeld dat deze eer te beurt viel.

Vandaag kan je de kleding, juwelen en attributen bekijken in het stedelijk museum Het Stadsmus.